Op een nieuwsredactie binnenland moet vrijwel elke dag iemand een verhaal uit De Telegraaf nabellen. Dat is nu eenmaal zo in Nederland, al heel lang.
‘De T is een goeie krant, want de T heeft altijd alles’, legde een chef mij uit. Hij tekende wel aan dat een bepaald slag nieuws waar de Volkskrant mee opent, bij De Telegraaf ergens, ver weg, binnenin, linksonder, in 100 woorden, staat weggemoffeld.
De T had inderdaad bijna altijd al het nieuws van de dag; en nog een beetje meer, zo ontdekte ik. Bij het NOS Journaal moest dat “beetje meer” vaak worden “nagebeld”. Dat werd gezien als een mooi klusje voor een jongere redacteur.
In de praktijk ging het meestal om de opening van de voorpagina of de opening van de binnenlandpagina, de “3”.
Vaak werd het niks. Om velerlei redenen leidde het niet tot een onderwerp in het journaal: niemand wilde bevestigen; cijfers bleken oud; gevaren of dreiging opgeblazen.
Op een late avond in een café naast Hoppe liep ik begin jaren negentig tegen een aangeschoten bureautijger van de toenmalige Telegraaf-redactie aan. Hoe zit dat nu bij jullie, wilde ik weten.
Hij zei: ‘Je moet het zo zien.’
Het fijne ervan onthulde hij niet. Wel schetste hij enkele grove lijnen, met name over het format waarmee de voorpagina dagelijks in elkaar werd geschroefd.
‘De opening moet eigen nieuws zijn’, zei hij, ‘of er moet een stevige eigen draai aan zitten.’
Verder kwam het erop neer dat de ideale “1” nog drie andere componenten bevatte: een enigszins dramatisch nieuwsfeit over een bekende Nederlander, iets lulligs over de PvdA, en een dierenverhaal. Plek genoeg: in die jaren werd De Telegraaf nog gedrukt op broadsheet.
Aanvulling: als er nieuws over auto’s of autorijden was, dan was dat natuurlijk sowieso de opening.
Ik ken de totstandkoming van een van de “dierenverhalen” op de voorpagina van De Telegraaf, omdat een freelance fotograaf mij daar later over vertelde.
Het handelde om een foto van een giraf die zijn hoofd door een raam op de eerste verdieping steekt, zodat zijn giraffenhoofd aan tafel lijkt te zitten bij een gezin dat aan het ontbijten is. De kop was: Giraf Eet Mee, of iets van die strekking.
De foto was gemaakt, en sterk geënsceneerd, op safaripark Beekse Bergen, in een periode van zomerse nieuwsluwte.
Een verslaggever van een paar generaties voor mij kende het fenomeen Telegraaf-nabellen ook al van vroeger, dat was Paul Grijpma.
Grijpma (overleden in 2022) leidde een anekdotisch leven dat hem via Elseviers Magazine en Het Parool bij het NOS Journaal bracht, en later zelfs als acteur in een Duitse krimi deed belanden.
Het voordeel van Paul Grijpma was dat hij vol zat met anekdotes.
Zo haalde hij met smaak herinneringen op aan zijn tijd op de nieuwsredactie van Het Parool, en aan hoofdredacteur Wouter Gortzak.
De laatste editie van Het Parool “zakte” om 12.00 uur ’s middags naar de drukkerij. Hoofdredacteur Gortzak hakte tegen die tijd midden op de redactie de laatste knopen door, gezeten aan een bureau, al tikkend en trommelend met een potlood in zijn hand, aldus Paul Grijpma.
Om 12.00 uur zakken betekende een hele ochtend de tijd om een bepaald verhaal uit De Telegraaf na te bellen.
‘Niks geworden met dat verhaal uit De Telegraaf?’, riep Gortzak dan tegen de redacteur die daar zonder resultaat over had gebeld.
Met een schuin oog naar de klok trommelde Gortzak met zijn potlood op het bureau.
‘Maar ze hadden het wel’, gromde hij dan.


